Waarom gamers beter zijn in Engels

Het wordt door veel kinderen al lang geroepen dat gamen hun Engels verbetert. Dit werd in het begin nog weggewuifd als smoesjes, maar inmiddels is onderzoek ook tot deze conclusie genomen. De Karlstad Universiteit van Zweden heeft hier onderzoek naar gedaan waaruit blijkt dat het inderdaad een positief effect heeft op de Engelse schrijfvaardigheid van kinderen wanneer zij gamen. Dit ging dan wel over de kinderen van 15 à 16 jaar oud.

Tijdens dit onderzoek werd gekeken naar de examenresultaten van Zweedse leerlingen. Er werden drie groepen onderscheiden onder de 77 leerlingen. De eerste groep bestond uit gamers die minimaal 5 uur per week videogames spelen. De tweede groep waren gemiddelde gamers. Zij speelden zo nu en dan een videospel, maar minder dan 5 uur per week. De laatste groep speelde nooit videogames.

De resultaten van het onderzoek waren precies wat gamers al lange tijd hebben beweerd. De eerste groep, met de frequente gamers, scoorde over het algemeen hogere resultaten op het Engelse examen dan de andere groepen. Om het onderzoek grondig uit te voeren, zijn de resultaten zelfs nog aangepast op factoren zoals het opleidingsniveau van de ouders van de leerlingen, maar zelfs hierbij bleven de resultaten van de fanatieke gamers het beste. 

Hoewel dit onderzoek de gamers misschien gelijk geeft dat hun Engels beter wordt door het spelen van videogames, zeggen de onderzoekers toch dat dit onderzoek eigenlijk te klein is om een duidelijk verband te kunnen aangeven. Hiervoor zouden grotere en langdurigere onderzoeken nodig zijn. Dan zou er fatsoenlijk een causaal verband vastgesteld kunnen worden tussen het gamen en een verbeterd Engels. Echter hebben de onderzoekers wel alsnog rekening gehouden met verschillende factoren in hun onderzoek, zoals niet alleen het opleidingsniveau van de ouders, maar ook hoe vaak de leerlingen lezen en hoe vaak de leerlingen naar het buitenland reizen.

Nog een interessante ontdekking uit het onderzoek was dat de frequente gamers ook over het algemeen ‘moeilijkere’ woorden gebruikten dan de ‘niet gamers’. Een aantal van deze woorden waren bijvoorbeeld ‘furthermore’, ‘resources’, ‘vehicle’, ‘creation’ en ‘maturity’. Bij de Engelse essays waren de cijfers van de gamers ook het hoogste, maar vreemd genoeg scoorden de gemiddelde gamers hier het slechtste. De opdrachten die vooral gericht waren op vocabulaire werden wel beter gemaakt door allebei de gamersgroepen dan de niet-gamers. Zo zorgt gamen dus toch echt voor een grotere woordenschat. Als laatste heeft het onderzoek alleen gekeken naar de schrijfvaardigheid van de leerlingen en niet naar de uitspraak in het Engels, hoewel deze ook beter zou kunnen zijn bij de gamers door ‘stemchats’ in games, waarbij ze dus iets moeten uitspreken.

More news articles